Als bekend auteur van raamvertellingen werd ik eens gevraagd een literatuurprijs uit te reiken. Het stadje Den Holm trachtte zich cachet te verlenen door het uitschrijven van een verhalenwedstrijd. Om vast te stellen of ik de bekroning met mijn aanwezigheid zou willen omlijsten, mocht ik het winnende werk inzien. Ik las:
Als interieurverzorgster in het gerechtsgebouw kwam mij een zaak ter ore omtrent een ongekend hoge schadeclaim. Het bedrag - veertig miljoen, zei de koffiedame - fascineerde mij zo, dat ik besloot de zitting bij te wonen. Een boeiend intermezzo in mijn saaie bestaan. Poetsen, vegen, toiletten reinigen... en dat ramenlappen! Altijd is er een meer dan je denkt!
Het was een vreemde sensatie in mantelpak en glanspanty op hakken de publieke tribune te bestijgen, in plaats van in schort en steunkousen op gezondheidssandalen door de rechtszaal te hobbelen achter mijn karretje met schoonmaakgerei. Hoewel ik me het proces niet woordelijk herinner, zal ik trachten de strekking der voornaamste betogen weer te geven. Een advocaat verscheen:
"Mijn cliënt, Werner de Kuiten, heeft ruim een decennium geleden als leerplichtige onderwijs ontvangen. In die periode is hij, terwijl docenten een andere kant op verkozen te kijken, door medeleerlingen op ijzingwekkende wijze gemarteld. Details vindt men in het verhaal 'Volmondig nee', waarvoor De Kuiten onlangs een literatuurprijs is toegekend.
De pesterijen hebben hem emotioneel zo verminkt dat zijn functioneren belemmerd wordt. Psychologen melden traumata die zowel doen denken aan die van ritueelmisbruikslachtoffers als aan die van hun, die hun kindertijd opgesloten in een kist genoten hebben. Ook valt de term 'concentratiekampsyndroom'. Men stelt unaniem dat mijn cliënts psychische schade blijvend is. Het therapeutenleger stuit op een onneembare vesting. Besprekingen van behandelend artsen naderen immer dichter het thema 'hulp bij zelfdoding'.
Anderzijds is aangetoond dat de heer De Kuiten uitzonderlijk begaafd is. Werd zijn loopbaan niet geblokkeerd door genoemd letsel, dan behoorden waardevolle bijdragen aan de samenleving tot zijn opties, evenals een geraamd inkomen van verscheidene tonnen per jaar, zo rapporteert een team van beroepskeuzeadviseurs. Daar de schade is aangericht terwijl mijn cliënt zijn leerplicht vervulde, is het Ministerie van Onderwijs de verantwoordelijke partij. Mijn cliënt eist dan ook van die instantie, als vergoeding voor toegebracht leed en gederfd inkomen, de somma van één miljard gulden. Hij beseft het symbolische karakter van deze eis, en wil met zijn daad de aandacht op het fenomeen 'pesten' vestigen, opdat inspanningen ter bestrijding van dat kwaad verhevigd zullen worden."
Rumoer om mij heen. Hoewel een enkel 'ocharm' klonk, overheersten reacties als 'had-ie maar mondiger moeten zijn' en 'als we alle kneusjes een miljard moesten geven...' De advocaat van de tegenpartij trad naar voren, een grijns op de lippen:
"Het Ministerie van Onderwijs is verbijsterd door het zelfmedelijden van de heer De Kuiten. Getuigenverhoor leert ons dat mijn collega's cliënt weliswaaar geplaagd is, maar dat heeft uitgelokt door zijn houding. Bij elke gelegenheid heeft zijn ergerniswekkende gedrag hem buiten de groep geplaatst. Als anderen speelden, stond híj in een hoekje voor zich uit te kijken. Haalden klasgenootjes met spieken een moeizaam zesje, meneer moest zonodig puur op inzicht tienen scoren. Terwijl fermere knapen spijbelden om de nabije supermarkt te plunderen, verscheen De Kuiten in elke les angstaanjagend precies op tijd. En toen zijn fiets gestolen werd, ging de toekomstig literatuurprijswinnaar te voet naar huis, liever dan een rijwiel te 'organiseren', zoals onder zijn makkers usance was. Zulk bizar gedrag vráágt om problemen, laten we wel wezen. Had hij zijn mond vaker open getrokken en van zich afgebeten, dan was er niets aan de hand geweest voor De Kuiten. Het Ministerie acht de eis derhalve absurd. Stappen zullen gezet worden om voortaan dergelijke potentiële querulanten te dwingen zich te conformeren aan de onder hun leeftijdgenootjes geldende groepsnormen."
Instemmend gemompel, applaus zelfs. Na een schorsing wees de rechter vonnis.
"Ofschoon niet eerder een claim is ingediend op deze gronden, laten de feiten weinig speelruimte. Alvorens uitspraak te doen berisp ik de laatste spreekster voor haar betoog, dat lijkt te wortelen in schuldgevoelens over een eigen pestkopverleden. Foei!"
Verbazing in de rechtszaal. Zenuwtrekjes op het gelaat van de juriste.
"Ook wil ik mij wenden tot diegenen in het publiek - binnen én buiten deze zaal! - die het met haar eens waren: schaamt u zich! Uw houding is de volmaakte voedingsbodem voor pestgedrag. Ter zake. Ik veroordeel het Ministerie van Onderwijs tot betaling van één miljard gulden aan de heer Werner de Kuiten. Laatstgenoemde lijdt bitter onder wat hem buiten zijn schuld is aangedaan. Het beklemt mij dat onze samenleving dit toelaat. Ik stel voor een deel van het geld te besteden aan onderzoek naar humanere onderwijsmethoden. Al zal déze schandvlek blijvend zijn, we moeten leren leven naar dat elfde gebod, waaraan we zo pijnlijk herinnerd worden door het geval Werner de Kuiten: eert uw kinderen! Ook vraagt het strafrecht op dit punt aanscherping, teneinde pestkoppen voortaan te kunnen berechten voor hun in-laffe wreedheden. Zij geven immers ook hun slachtoffers levenslang."
Onbeheersbaar keelschrapen stoorde de rechter. De advocaat van het Ministerie bracht stuntelig een hand voor haar mond. "Pardon. Tourette." Een lach bij de magistraat. "Gelukkig heeft u niet die vorm van het syndroom waarbij men publiekelijk nare dingen moet zeggen." "Nee, stel je voor! Wat een betoog zou dat geworden zijn!", giechelde de geplaagde raadsvrouw. De onderbreking mondde uit in een knallend lachsalvo, en ook ik hield de kaken niet opeen. In een prettige sfeer ging de rechter verder. "Ik begrijp dat de heer De Kuiten enige woorden tot ons wil richten, en geef hem daartoe nu de gelegenheid."
De Kuitens advocaat stond op. "Omdat mijn cliënt niet aanwezig kan zijn heeft hij mij verzocht u een video-opname van zijn reactie te tonen." Een toesnellende technicus ontfermde zich over de band, en dra verscheen een uitdrukkingloos gezicht op het in een muur aangebrachte beeldscherm. Een monotoon staccato werd afgevuurd:
"Ik veronderstel dat de eis is afgewezen en men mij een aansteller vindt. Toch hoop ik dat mijn daad althans een enkeling de ernst van het probleem doet inzien. Wat een wereld is dit, waarin de meest begaafden vanaf hun kleutertijd het graf in gemarteld worden omdat zij niet voldoen aan de verwrongen normen der middelmatigen. Hoe stuitend pogen de schuldigen hun schanddaden te rechtvaardigen door op een gebrek aan weerbaarheid te wijzen! Wie is weerbaar, als allen zich tegen één keren? Laat het zwaard van Vrouwe Justitia neerdalen op deze drek der natie. Ja, lach maar! Ik voorspel u dat de dag gaat komen waarop zelfs politici met een gebleken pestkopverleden beschaamd zullen aftreden."
Een pauze. Sommigen uitten walging over zoveel eigendunk. Opnieuw gingen de lippen vaneen.
"Voor mij is het te laat. Wás mijn leven al ondraaglijk, door deze zaak heb ik me voorgoed onmogelijk gemaakt. De schaamte... ik verlaat deze hel." De mond ging onnatuurlijk ver open. Een hand rees, met... "Nee!", riep iemand. Doch reeds voor de knal de luidsprekers deed kraken werd gekokhalsd in de zaal, en hoewel ik zo haastig de tribunetrap afdaalde dat ladders mijn benen beklommen, vomeerde ik al toen ik het toilet bereikte.
Weer beroepshalve de rechtszaal betredend vond ik een donkere vlek in het vloermozaïek, nabij de monitor. Hardnekkig. Geen middel kon haar verwijderen, en zij leek almaar dieper het hout in te dringen. "Een agressieve vorm van rot", bromde de geraadpleegde timmerman. "Tenzij ik het parket vernieuw, zal het fundament van dit gerechtsgebouw aangetast worden. Aan u de keus."
Aardig. Ik kon me erin vinden dat zo'n doortimmerde vertelling een prijs toegekend werd. Slim, actuele thema's te kiezen; pesten, schadeclaims, hoogbegaafdheid... op de populaire toer! Sterk dat de rechter zich tot het publiek búiten de zaal wendde. Zo werd de lezer een figurant in de vertelling, en ging de werkelijkheid als een extra raam fungeren. Een solide raamvertelling telt altijd een raam meer dan men verwacht. Altijd één meer! Maar ter zake. De uitreiking zou plaatsvinden in het stedelijk theater. Aan een volle zaal werden op bioscoopformaat videoportretten van de genomineerden vertoond. Na een muzikaal tussenspel - 'Arabian nights' van D.E. Camerone - mocht ik de winnaar bekendmaken. "De literatuurprijs van Den Holm gaat naar... Niek den Ruweert!" Onder applaus besteeg een jongeman het podium. Ik trachtte hem een hand te geven, doch hij weerde af: "Omdat Niek niet aanwezig kan zijn heeft hij mij verzocht u een videoopname van zijn reactie te tonen." Het applaus verstierf. Terwijl een toesnellende technicus zich over de band ontfermde, zag ik de juryleden in beheerste paniek verstijven. Het immense scherm toonde een uitdrukkingloos gezicht. Uit geluidszuilen klonk een monotoon staccato. Ik begreep dat mijn collega bezig was rond zijn vertelling een extra raam te timmeren. En terwijl kalme wanhoop mij tot in het merg verkilde, maakte deze meesterverteller ons allen met elk woord meedogenloos tot zijn figuranten.
Januari 1996.
Het verhaal "Altijd één meer" zond ik in voor de Helmond Literatuurprijs 1996. Er werd een videoportret van mij vertoond tijdens de uitreiking; ik kreeg de prijs echter niet.