De dode kat en de schoenen

© 1984 Paul Cooijmans

Op een heldere wintermiddag besloot ik mij te gaan vertreden middels een fietstochtje naar het naburige bos. Omdat ik herstellende was van een lichte griepaanval reed ik zeer langzaam, mij zo weinig mogelijk inspannend. De temperatuur was slechts enkele graden boven het vriespunt, maar doordat het windstil en onbewolkt was kon de warmte van de stralende zon voortdurend gevoeld worden, daardoor de aandacht afleidend van het voorbijrazende verkeer op de asfaltweg die naar de bosrand voerde.

In de verte stak de kerktoren van een nabijgelegen dorp boven de bomen uit. Op vele honderden meters afstand, maar toch duidelijk zichtbaar. Hoezeer verwonderde mij dit!

Kort nadat ik de bosrand gepasseerd was werd ik een warte, wollige hoop gewaar, die recht voor mij op de asfaltweg lag. Vermoedend dat het een dier was minderde ik mijn vaart zoveel mogelijk. Naarmate ik dichterbij kwam werden de omtrekken van de hoop duidelijker, en tenslotte zag ik dat het een zwarte kat was. Het lichaam stijf uitgestrekt, de bek opengesperd. De kleine rode tong stak naar buiten. De oogjes stonden open, waardoor het gezicht een uitdrukking vertoonde die doorgaans hevige pijn en doodsangst aangeeft.

Ik reed een zandweggetje in dat door het inwendige van het bos leidde. Het lawaai van de verkeersweg verminderde nu snel. Na korte tijd bereikte ik een heidevlakte. Een zandpad liep evenwijdig aan de rand ervan. Al fietsende op dit pad werd ik van tijd tot tijd geraakt door een bundel zonlicht die tussen de takken van de bomen doordrong, en mijn lichaam deed rillen. Aan de overkant van de heidevlakte, die straalde in het licht, zag ik een man zich in joggingpak voortbewegen. Hij probeerde in looppas te geraken, maar moest dat na enkele passen opgeven, met openhangende mond naar zijn flanken grijpend.

Toen zag ik een paar schoenen staan, splinternieuwe bruine herenschoenen van het type inschieters, aan de rand van het pad. Het waren vreemde schoenen. De wreven waren er uitgesneden, vermoedelijk met een zeer scherp mesje, en daarna had men ze met zorg langs de struiken gezet. Ik dacht even na over de fenomeen en fietste toen hoofdschuddend naar huis.