© 1981 Paul Cooijmans
Op mijn zestiende besloot ik te beginnen met schrijven. Mijn eerste project was een wetenschapsfictieroman met bovenstaande titel, die ik daadwerkelijk voltooide en meer dan negentig handgeschreven bladzijden lang werd. Helaas was de kwaliteit onvoldoende om tot integrale publicatie van het originele manuscript over te gaan. Achteraf gezien had ik beter met korte verhalen kunnen beginnen. Om toch een idee te geven volgt hier een enigszins bewerkte en hier en daar herschreven versie uit 2006. Voor het geval men zo'n lange tekst liever in P.D.F.-indeling leest dan op een webpagina is voorzien in een P.D.F.-versie die men desgewenst kan neerladen vanaf een geheime lokatie waarvan het U.R.L. exclusief gepubliceerd wordt in GliaWebNews.
Eddie Zeezicht, een zestienjarige Aardbewoner van het mannelijk geslacht in de tweede helft van de twintigste eeuw, was bijzonder kwaad. Zijn voertuig, een blauwe brommer van het type Yamaha F.S. 1, was op een verlaten asfaltweggetje door brandstofgebrek tot stilstand gekomen, en het was meerdere kilometers lopen maar de dichtstbijzijnde pomp. Bovendien moest hij over twee weken weer naar school, waar hij een enorme hekel aan had hoewel hij uitsluitend negens en tienen haalde. Liever wijdde hij zich aan zijn voorziene carrière als hardrockgitarist.
Een laag geronk trok zijn aandacht. Eddie zag een dakloze rode sportwagen aanstormen en ging veiligheidshalve aan de kant van de weg bij een boom staan. Het gestroomlijnde racemonster remde en de lange motorkap kwam voor hem tot stilstand.
"Pech?" vroeg de man achter het stuur, die zijn zonnebril afzette en rechtovereindstaande witte haren achterover veegde. Ze sprongen terug als in een electrisch veld.
"De benzine is op" zei Eddie.
"Als dat alles is... Rij maar even mee, ik woon hier vlakbij en heb wat jerrycans staan tegen de energiecrisis."
"Wie slaat er nou benzine op?" dacht Eddie bij zichzelf. "Dat is aardig van u. Dan doe ik zolang mijn brommer op slot."
"Zeg maar je. Ik heet Alfa."
"Ik heet Eddie" zei Eddie, voorovergebogen met het slot bezig. "Dus jij woont hier in de buurt?"
De man aarzelde. "Wat heet. Ik heb meerdere behuizingen. Maar als je bedoelt waar we de benzine gaan halen, ik heb een halve kilometer verderop een soort schuurtje."
"Je woont eigenlijk dus ergens anders." Eddie stapte in en sloeg de deur dicht.
"Dat kun je wel zeggen" grinnikte Alfa. Hij liet Eddie de gordel vastmaken en duwde de pook naar voren. Het stationaire gefluister zwol aan tot raketgebulder en de auto sprong vooruit. Seconden later waren honderden meters afgelegd en gierden ze rakelings langs de bomen linksaf op een T-splitsing. De weg ging over in een zandpad en ze bereikten de rand van het bos. Alfa stopte op een open plek. Stofwolken daalden neer. "Ik heb deze auto nog maar pas. Normaal rij ik harder."
Ze liepen naar een vreemd bouwsel. Het was allerminst een schuurtje, zag Eddie. Tussen de bomen stond een een hok van vier bij vijf meter, in het midden drie meter hoog. Het dak was koepelvormig. Het geheel leek van geelbruine kunststof en paste absoluut niet in de omgeving. "Het lijkt meer op iets uit een science-fictionfilm dan op een schuurtje, hè" lachte Alfa. Hij maakte de deur open en ging voor naar binnen. De achterwand van het hok werd in beslag genomen door apparaten met schakelaars op de bovenkant en aansluitingen voor kabels aan de voorkant. Ernaast stonden vier kleine schijnwerperachtige dingen. In het midden een tafel met stoelen, en tegen de rechterwand een lage kast. Daaruit haalde Alfa een jerrycan, waar naar hij beweerde mengsmering in zat. "We zullen eerst die brommer van jou gaan halen, daarna drinken we hier iets. Okay?"
Eddie kon moeilijk nee zeggen, dus vijf minuten later stonden zijn bromfiets en de rode sportwagen naast elkaar op de open plek. In het schuurtje vulde Alfa twee glazen met rum en tonic. Terwijl ze plaatsnamen aan tafel realiseerde Eddie zich iets ongewoons. Er zaten geen ramen in het bouwsel en er brandden geen lampen. Toch was het even licht als buiten. Hij kon hier geen verklaring voor bedenken. En toen hij zijn glas aan de mond zette en een slok nam, wist hij zeker dat er iets niet in de haak was.
Vendex is een binnenplaneet van de ster Alfa Centauri. De planeet doorloopt een bijna cirkelvormige baan met een straal van ruwweg honderdzestigmiljoen kilometer en heeft 1.0001873201 Aardjaren nodig voor een omloop. Zij draait om haar as in 3.56102 Aarddagen. Vendex is gevormd uit dezelfde gaswolk als Alfa Centauri, ongeveer tegelijk met de Aarde. Na het tot rust komen van het meteorietenbombardement is er leven ontstaan, en uiteindelijk evolueerde een levensvorm tot een denkend wezen.
De Vendexanen begonnen zodra hun technologie het toeliet ruimteschepen te maken om buurplaneten te bezoeken. Dat lukte, maar om verder te komen voldeed de gebruikte straalaandrijving niet. Na tientallen jaren onderzoek werd de fotonaandrijving uitgevonden, waarmee een snelheid van zo'n anderhalfmiljoen meter per seconde bereikt kon worden. Dit was genoeg om de rest van het planetenstelsel te verkennen.
Voor interstellaire reizen was zelfs fotonaandrijving te langzaam. Bovendien kreeg men bij lange reizen last van tijdvertraging. Een zekere Giring Venédan ontdekte daarop het principe van dematerialisatie. Hierbij werd een hoeveelheid materie omgezet in energie, om op nagenoeg hetzelfde moment elders te materialiseren.
De uitvinder werd prompt een beroemdheid, en zijn uitvinding toegepast in een nieuw soort ruimteschip: de eerste generatie fotonmaterietransmittors. Hierin werd fotonaandrijving gebruikt voor rangeerwerk op korte afstand, en dematerialisatie voor lange, zelfs interstellaire reizen.
De Vendexanen onderzochten verwoed de sterren in hun nabijheid, ontdekten planeten met leven, en legden contact met beschavingen van voldoende technologisch niveau. Toen de Aarde aan de beurt kwam bleek tot hun verrassing dat Aardbewoners grote gelijkenis vertoonden met Vendexanen. Via overgenomen televisie-uitzendingen werden Aardse cultuuruitingen geliefd op Vendex. Aardse invloeden doken op in Vendexaanse muziek, literatuur en de beeldende en uitvoerende kunsten. Het was een rage, vergelijkbaar met de Egyptomanie na de ontdekking van Toet Ank Amons graf.
Zo was er een muziekgroep genaamd Venédan, die "Aardse" rockmuziek speelde op "Aardse" instrumenten. De leider, Kesing Venédan, droeg de bijnaam Alfa. Hij stond bekend als een onverantwoordelijke losbol en avonturier. Hij was slim, en dat was de voornaamste reden van het succes van zijn groep. In zijn eigenwijsheid had hij het als enige gewaagd de meest omstreden Aardse muziek te gaan spelen: hardrock. Venédan werd de eerste Vendexaanse hardrockgroep, en oogste ongekende roem.
In die tijd werd de laatste hand gelegd aan een tweede generatie fotonmaterietransmittors. Deze toestellen waren verfijnder dan de voorgaande, en moesten het mogelijk maken de gehele Melkweg te verkennen. Het eerste exemplaar, de F.M. 2 I, stond op het punt haar maidentrip te maken. Heel Vendex wist ervan, want ruimtevaart was populair.
Kesing "Alfa" Venédan was de achterneef van Giring Venédan, en op de hoogte van alles omtrent de F.M. 2 I. Hij vond dat zijn loopbaan als rockmuzikant lang genoeg geduurd had, en zinde op iets anders. Niet dat hij het niet leuk vond beroemd te zijn. Integendeel. Maar het zat niet in zijn wispelturige aard lang hetzelfde te doen. De overige beroepsmogelijkheden op Vendex trokken hem echter niet. Alleen coureur op fotonaangedreven dragsters leek hem wel wat, maar eigenlijk wilde hij iets nog veel opwindenders. Om kort te gaan: hij stal de F.M. 2 I, vloog naar de Aarde, bouwde zijn "schuurtje" en beraadde zich op zijn opwindende toekomst. Hij wist genoeg van de Aardse samenleving om niet op te vallen, en had het geluk uiterlijk veel op de bewoners te lijken. Aardse talen had hij op Vendex in zijn vrije tijd geleerd. Snel kwam hij tot de conclusie dat interstellaire reizen zonder enig gezelschap hem te saai waren. Hij versierde een sportwagen en ging op zoek naar een geschikte medereiziger.
Eddie voelde een warm gevoel door zijn slokdarm omlaag zakken. Zijn eerste slok Vendexaanse rum beviel, al wist hij niet wat het was. Hij nam er nog een en keek met wazige ogen naar de fles op tafel. Het felgekleurde etiket was bedrukt met onbegrijpelijke letters en een strandscène. Alfa sloeg hem grijnzend gade. "Ik moet je eigenlijk waarschuwen. Dat is geen gewone rum."
"Is het ongewone rum dan?"
"Het is Vendexaanse ijsrum."
"Vendexaanse ijsrum... Is dat ijsgekoelde rum van de firma Vroom en Dreesman, of begrijpen we elkaar verkeerd?"
"Jij begrijpt mij verkeerd, maar dat is je niet kwalijk te nemen." Hij vervolgde met schoolmeesterachtige stem: "Vendexaanse ijsrum wordt gemaakt uit suikerlagen in de noordpoolkap van de planeet Vendex. Het is na videobanden van de rockgroep Venédan het meest begeerde artikel op Vendex." Hij observeerde Eddie om het effect van zijn verklaring meten. Eddie Zeezicht veegde met denkbeeldige gebaren denkbeeldige rumslierten uit zijn geest en zei: "Aha".
"Snap je wat ik bedoel?"
"Zeker. Deze rum komt dus van de planeet Vendex. Wat ik niet snap is hoe jij er aan komt."
Alfa bromde goedkeurend. Het viel hem mee dat Eddie niet in lachen uitbarstte. "Eenvoudig. Ik kom zelf van Vendex en heb er een aantal flessen van meegenomen toen ik naar de Aarde vertrok."
"Waarom vertrok je naar de Aarde?" informeerde Eddie met een stalen gezicht.
"Ik begon het daar saai te vinden. Ik had zin iets echt opwindends te doen, dus ik stal een ruimteschip en smeerde hem naar deze planeet."
Er viel een stilte. Alfa keek om, zag dat er niets beschadigd was en zei: "Geloof je me niet?"
Eddie grinnikte. "Het klinkt fantastisch. Ik wacht al jaren op zoiets. Maar ik geloof er geen donder van zolang je het niet bewezen hebt."
"Ik zal je iets laten zien" zei Alfa. Hij stond op en beduidde Eddie te volgen. Die dronk zijn glas leeg, zei "Ha, het wordt spannend", en liep mee naar buiten. Ze gingen over een paadje dat Eddie nog niet eerder gezien had naar een heuveltje, vijftig meter het bos in. Het heuveltje was zo'n tien bij vijfentwintig meter in omvang. "Nou?" zei Alfa. "Wat vind je ervan?"
"Wat nou? Gewoon een heuveltje. Waarschijnlijk vroeger een vuilnisbelt geweest." "Niks vuilnisbelt. Dit is mijn ruimteschip" zei Alfa, niet geheel volgens de waarheid want hij had het gestolen. "Natuurlijk gecamoufleerd. Kom, daarachter is de ingang."
Nieuwsgierig liep Eddie hem achterna. Alfa stopte bij het einde van de verhoging, trok aan een ring en opende een met graszoden bedekte deur. Eronder zat nog een deur. "Kijk. Onder deze laag zit plastic. Als je het optilt kun je nog meer van het schip zien."
"Warempel. En hoe moet dit ding hier weer wegkomen?"
"Gewoon, door te dematerialiseren. Dit schip heeft fotonaandrijving, maar die is te traag voor interstellaire reizen. Daarvoor heeft het een materietransmittor. Voor gevallen als dit gebruik je die uiteraard ook. Begrijp je?"
Ja, begrijpen deed Eddie het wel. Over dematerialisatie had hij zelf vaak genoeg nagedacht. Maar Alfa had nog geen bewijs gegeven dat wat hij beweerde waar was, dus hij zei maar niks. Alfa was ondertussen bezig drie schijven in de deur een kwartslag te draaien met een buitenaards uitziend gereedschap. De deur draaide open. Boven een volgende deur, een paar meter naar binnen, ging een soort neonreclame aan. Hij knipperde drie keer LUCHTSLUIS 1 en bleef toen constant branden.
Alfa liep naar binnen, wachtte tot Eddie er was, en sloot de deur. Uit het plafond, zeker drie meter hoog, kwam een geelachtig licht. "Dit is de luchtsluis." Alfa nam Eddie, via een halletje van een bij twee meter waar een felrood licht uit het plafond kwam, en een vijftien meter lange tamelijk brede gang met lichtrose verlichting, mee naar iets dat op een bedieningsruimte leek. De ruimte leek erg groot, maar was in feite zo'n tien meter breed en zes meter diep. De tien meter brede wand aan de overkant bestond uit een centraal beeldscherm van vijf bij twee meter. De rest van de wand zat vol kleine gaatjes. Onder tegen de wand was een tien meter breed instrumentenpaneel, dat er verschrikkelijk ingewikkeld uitzag maar gemakkelijk door één persoon bediend kon worden. Er stonden draaistoeltjes voor het paneel die over een rail verschuifbaar waren. Alfa sloot de deur en wachtte tot Eddie klaar was met rondkijken. In deze ruimte overheerste een lichtviolette kleur, die aan de zijkanten overging in rood. Verspreid over de vloer stond een aantal gemakkelijke stoelen. In de wand waardoor ze gekomen waren zaten twee deuren. Verder waren er kleine deurtjes die toegang gaven tot opslagruimtes. Ik een hoek stond een tafeltje op wielen met flessen en glazen erop.
Eddie merkte dat hij al geruime tijd vergeten was uit te ademen en paars begon aan te lopen. Hij herademde en werd een zwakke geur van alcohol gewaar, die leek op die van de rum die Alfa hem gegeven had.
"Bevalt het je een beetje?" vroeg Alfa vriendelijk terwijl hij naar het bedieningspaneel liep en op een knop duwde. Eddie opende zijn mond om iets te zeggen maar klapte hem onverrichterzake weer dicht. In volmaakte quadrofonie telde een vrouwenstem in Engels met een exotisch accent tot vier, en toen barstte muziek los die hem bekend in de oren klonk, al zat er ook iets vreemds bij. Als gitarist in de dop constateerde hij geïnteresseerd dat de klanken gemaakt werden door en drumstel en twee basgitaren. Een zeer harde meisjesstem zong over rum. De muziek nam in volume af. "Bevalt het je een beetje?" vroeg alfa voor de tweede keer, met een brede grijns.
"Ik weet niet of je de muziek of dit zogenaamde ruimteschip bedoelt, maar ik vind ze allebei indrukwekkend."
"Maar je gelooft nog steeds niet dat ik echt van Vendex kom?"
"Je zei dat je iets zou laten zien waaruit bleek dat het waar was. Wel, ik wacht."
"Je hebt gelijk" bromde Alfa. "Ga in een van die stoelen zitten daar." Eddie nam plaats in een gemakkelijke stoel. Alfa zette zich in een draaistoel en begon het instrumentenpaneel te bewerken of het een schrijfmachine was. Na enige seconden zei hij "Hou je vast" en haalde een hendel over.
Het laatste wat Eddie zag voor het zwart voor zijn ogen werd was dat zijn armen en benen, inclusief horloge en kleren, vervaagden. Het laatste wat hij dacht was: "Het is echt een ruimteschip. Gelukkig is het vakantie, anders zou ik veel te laat thuis komen."
Eddie Zeezicht was niet iemand die vaak teveel dronk. Nu echter voelde hij zich of hij vijftien pullen zwaar bier op had, gevolgd door vijf dubbele whiskey's en een halveliterfles aquavit van Noorse makelij. "Drink dit op, dan gaat het over." Eddie pakte het glas dat Alfa hem aanbood. Er zat een roodbruine vloeistof in met een exotische geur. "Wat was dat? De materietransmittor?"
"Inderdaad, jongeman" zei Alfa. "We zijn zojuist gematerialiseerd in een hoge baan om de Aarde." "Onmogelijk. Dan zouden we gewichtloos zijn" kreunde Eddie.
"Normaalgesproken, ja. Maar op het moment van de materialisatie zorgde de fotonaandrijving ervoor dat onze bovenkant naar de Aarde gekeerd werd, en de snelheid zodanig opgevoerd dat de middelpuntzoekende versnelling ongeveer tien meter per secondekwadraat werd. Dat zou iemand als jij toch moeten begrijpen."
Op dat moment gaf Eddie een krijs waar de duivel zelf zich een hartverzakking van geschrokken zou zijn. Helaas voor de mensheid was de duivel niet aanwezig. Alfa raakte nauwelijks onder de indruk, voornamelijk doordat hij gezien had dat Eddie een slok nam. "Alle vliegende poolkippen!! Wat is dit voor spul?"
"Dit spul," zei Alfa, "is een door mij uitgevonden mengsel van Aardse en Vendexaanse dranken. Ik heb er nog geen naam voor bedacht. De eerste slok is altijd even wennen, maar daarna gaat het wel."
Eddie nam een tweede slok. Het ellendige gevoel was met de eerste slok verdwenen. "Hm. Vertel straks het recept maar eens. Misschien weet ik er een naam voor. Maar als ik je goed begrepen heb ervaren we nu kunstmatige zwaartekracht?"
"Dat begrijp je goed, ja."
"Kun je niet even een raam openzetten of zo, dan ben ik helemaal overtuigd."
"Een raam opendoen in het luchtledige is niet verstandig. Er doorheen kijken is veiliger, maar ik doe het bijna nooit omdat je op het scherm een beter beeld hebt. Daarom laat ik de luiken altijd voor de ramen zitten. Maar als het jou overtuigt, kom dan maar even kijken." Hij liep naar de rechterwand en drukte op een knop. Een paneel schoof opzij, en door het raam erachter was een zwarte hemel zichtbaar, vol met snel bewegende lichtpuntjes. Eddie keek op Alfa's aanwijzing naar boven. "We vliegen met onze bovenkant naar de Aarde" zei hij, maar dat had Eddie al door. Op een afstand van honderdduizend kilometer zag hij een mooi gekleurde bol hangen. Het was moeilijk details te onderscheiden, door de snelheid waarmee ze er omheen cirkelden. "Okay. Ik geloof je" mompelde Eddie. Alfa liet het luik weer dichtschuiven. Ze gingen terug naar hun stoelen en probeerden een naam te bedenken voor Alfa's drankje.
"Ik kwam op het idee toen ik zo'n twee weken geleden 's nachts naar de maan lag te kijken" vertelde Alfa, achterover leunend. "Het was voor het eerst dat ik een volle maan zag op Aarde. De dag ervoor had ik een stel platen gekocht van een hardrockgroep. Ik houd erg van Aardse muziek. Op een van die platen stond een lied waarin iemand gewaarschuwd werd dat hij een hele hoop ellende zou krijgen als hij zijn whiskey mee naar huis nam." Eddie veerde overeind.
"Ken je het?" vroeg Alfa.
"Jazeker. Maar ga door."
"Nou, ik werd nieuwsgierig en besloot uit te proberen wat die beroemde whiskey eigenlijk was. Dus ik scheurde met mijn racewagen naar de drankboer en kocht een krat. Mijn eerste slok nam ik terwijl ik me zat af te vragen hoe al die kraters op de maan gekomen waren. Ik verloor meteen alle interesse toen dat spul mijn strot zowat in brand zette. Ik dronk voorzicht door en concludeerde dat dit tot dusver het beste was wat ik op Aarde gevonden had. Louter en alleen om het effect te onderzoeken mengde ik het met wat ijsrum. Na mijn slokdarm weer uit de knoop gehaald te hebben vond ik dat het niet genoeg sfeer had om zijn agressie te begeleiden. Ik voegde wat Vendexaanse vruchtensappen toe. Het werd beter. Na enig proberen had ik de ideale samenstelling gevonden."
"Ik moet zeggen dat je een goede smaak hebt" mompelde Eddie. "Alleen die eerste slok..."
"Ja, die hakt erin. Dan denk je even: Help!"
"Vrouwen en kinderen eerst!"
Ze bulderden van het lachen. "Een drank als deze verdient een spetterende naam" zei Eddie tenslotte. "Inderdaad. Ik denk er al twee weken over na."
"Wat is dat voor muziek, die je op hebt staan. Het klinkt bekend, maar toch ook weer niet. Bovendien geloof ik niet dat er op Aarde een zangeres rondloopt die zo kan schreeuwen."
"Je hebt gelijk. Deze zangeres is nog nooit op de Aarde geweest. En dat het bekend klinkt komt doordat het min of meer naar Aards voorbeeld gemaakt is."
"Bedoel je dat jullie op Vendex weten wat hardrock is?"
"Het wordt tijd dat ik je vertel dat we op Vendex al een jaar of tien bezig zijn de Aarde te bestuderen. Daardoor ken ik ook zo goed Nederlands."
"Wat voor taal spreken jullie daar dan?"
"We hebben een stuk of vijf talen. Ze lijken wel wat op de Aardse. Ik denk dat jij ze voor een deel zou kunnen begrijpen zelfs. Toen we de Aardse talen ondezochten merkte we dat onze belangrijkste taal, waar je op heel Vendex mee terecht kunt, erg lijkt op het Nederlands. Zowel wat uitspraak als wat schrift betreft. Die taal gebruiken we in onze ruimtevaart en in de media."
"Aha. Ik dacht al, wat lijken die neonletters boven alle deuren hier toch verdacht veel op Nederlands" zei Eddie, knikkend naar de ingang, waar in gele letters "Controleruimte" boven stond.
"Dat is geen neon..." begon Alfa.
"Hoe zit dat nou met die hardrock?" vroeg Eddie.
"Ik zal het je vertellen. Het bleek dat Aardse muziek erg mooi gevonden werd door de Vendexanen. Door mij ook. Ik heb een hele platenverzameling van Aardse popgroepen aan boord. Maar goed, er werden op Vendex vele groepen gevormd die Aardse muziek integreerden in Vendexaanse muziek. Een ervan waagde het hardrock-achtig repertoire te gaan spelen. Je hoort ze op dit moment. In een paar maanden tijd werd Venédan - zo heetten ze - de beroemdste, succesvolste en rijkste groep van heel Vendex. Het waren drie jongens en een meisje. Een drummer, twee basgitaristen en een zangeres. Hun instrumenten waren kopieën van Aardse instrumenten. Het ging voor de wind, tot de basgitarist en oprichter ermee ophield, een ruimteschip pikte en hem smeerde naar de dichtstbijzijnde bewoonde planeet..."
Eddie opende zijn mond maar kon niets bedenken om te zeggen.
"En nu zit hij voor je" besloot Alfa.
"Interessant. Ik wil ook rockgitarist worden namelijk."
Alfa liep naar het paneel en drukte op een knop. "Wat je hoort komt van een videoband van Venédan. Dit is het beeld dat erbij hoort. Ik zal je de bandleden voorstellen."
Op het gigantische videoscherm waren vier personen te zien. "De drummer die je ziet is Kinki Hollejong. Die basgitarist met het rode haar is Goero Gore, bijgenaamd "Mister Foton". Dat meisje met de superhoge hakken en lange witte haren is mijn nichtje, Nancy Venédan. En mij ken je. Kesing 'Alfa' Venédan."
"Is Alfa een bijnaam?"
"Ja. Alfa schijnt in een verouderde Aardse taal de eerste letter van het alfabet te zijn. Op school noemden ze me zo omdat ik altijd de eerste was met dingen. Ik ben bijvoorbeeld op het idee gekomen fotonaandrijving te gebruiken bij dragsterwedstrijden." Hij zette het videoscherm af en draaide de muziek zachter.
"Wanneer breng je me weer terug naar de Aarde?" vroeg Eddie.
"Daar wilde ik het net met je over hebben. Ik ben niet van plan altijd op Aarde te blijven. Ik ben hier vooral gekomen om de voedselvoorraad aan te vullen, en na te denken wat ik zal gaan doen. Er zijn wat planeten waar we de laatste decennia mee in contact zijn geweest, en ik naartoe zou willen. Maar het kan op sommige ervan gevaarlijk zijn me met dit schip te vertonen. De kans bestaat dat de Vendexaanse autoriteiten bericht hebben gestuurd naar bevriende planeten dat er een ruimteschip gestolen is. Daarom ben ik van plan even naar Vendex te gaan en uit te vinden of dat zo is. Heb je zin om mee te gaan? Dan kan ik je meteen mijn planeet laten zien."
"Waarom niet? Ik heb toch vakantie" zei Eddie. "Maar ik moet wel binnen een week terug zijn."
"Natuurlijk. Ik zal je het vluchtschema geven: We draaien nu op honderdduizend kilometer hoogte om de Aarde. Vendex behoort tot het stelsel van Alfa Centauri. Dat is viereneenhalf lichtjaar verderop. Zo meteen schakel ik de materietransmittor in en laat ons voor de veiligheid materialiseren in een snelle baan om Klima, een buurplaneet van Vendex. Daar blijven we een uur of acht, zodat we kunnen slapen en eten. Dan gaan we, weer met de materietransmittor, direct naar de Magariwoestijn, nabij de weg van Magar naar Gesínka. Die weg wordt heel weinig gebruikt, dus we zullen niet opvallen. Eenmaal daar zien we wel wat we doen."
Alfa nam plaats aan het instrumentenpaneel en beduidde Eddie zich goed vast te houden. Eddie wist nu wat hem te wachten stond, maar toch voelde hij zich miserabel toen hij viereneenhalf lichtjaar verder weer zijn gewone vorm aannam. Alfa keek op zijn horloge. "Dan gaan we nu slapen. Twee materietransmissies op een dag is ontzettend vermoeiend. De slaapkamers zijn die kant op."
Eddie volgde Alfa en belandde in de gang. Hij ging op Alfa's aanwijzing de tweede deur rechts door, zag naast zich een deur met "Badkamer" erop, en voor zich een bed. Hij liet zich op het bed vallen. Op een muur las hij in lichtgevende oranje letters "rtrek 2". "Zeker een Vendexaans woord dat ik niet ken" dacht Eddie, en viel kort daarna in slaap.
Eddie droomde over iets dat kort geleden gebeurd was. Hij stond voor de klas en spreekbeurt te houden over UFO's. Niet omdat hij geloofde dat de Aarde bezocht werd door vliegende schotels, maar om zijn klasgenoten duidelijk te maken wat bedoeld werd met het begrip UFO. Iemand vroeg: "Wat zou jij doen als je een vliegende schotel zag landen waar mannetjes uitstapten die je mee wilden nemen?" "Dan zou ik vragen of ik mee mocht naar hun planeet" antwoordde Eddie, grote hilariteit veroorzakend in de klas.
Langzaam werd hij wakker. Hij zag het lichtblauwe plafond boven zich, herinnerde zich waar hij was en dacht "Ze zouden raar opkijken als ze wisten dat ik echt met een ruimteschip mee was".
Tevreden stapte hij uit bed en ging de badkamer binnen. Voor zijn voeten lag een stuk kunststof met kleine zwarte lettertjes. Hij raapte het op en las "Plakstrook verwijderen. Licht aandrukken. Let op dat de contactpunten op de goede plaats zitten". Nieuwsgierig draaide hij het om en zag in oranje letters "Slaapve". Even staarde hij ernaar. "Slaapve"? Dan grinnikte hij, legde het bord op een tafel en bekeek zich in de spiegel.
| Technische bijzonderheden en prestaties | |
|---|---|
| Omvang, gemeten aan buitenkant | 27 m × 11 m × 4.5 m |
| Capaciteit | normaal 4 tot maximaal 12 personen |
| Vereist voor bediening | 1 persoon |
| Type | F.M. 2 I |
| Aandrijving | Fotonaandrijving |
| Topsnelheid fotonaandrijving | 1.5 × 106 m/s |
| Aandrijving voor interstellaire reizen en moeilijke landingen en opstijgingen | Materietransmittor |
| Snelheid materietransmittor | ± ∞ |
Enige minuten later liep Eddie door de gang naar de controleruimte. Alfa zat in een stoel met een dienblad op de leuningen te eten. Er klonk muziek uit zijn Aardse platencollectie. "Ha, ik wou je net wakker maken. Ontbijt staat in de keuken."
Eddie liep naar de deur die er uitzag als een keukendeur, en vond daarachter het dienblad met iets dat op brood leek, een mes, een pot met rood spul en een kop koffie.
Na het ontbijt zette Alfa het scherm aan. "Dat is Klima." Eddie zag een overwegend gele bol die razendsnel leek rond te draaien. Alfa drukte op een knop en het draaien hield op. De gele bol had nu vuile roodbruine vegen. Ook was hij overdekt met kraters.
"Het is een jonge planeet. Er is geen leven, maar wel een ijle dampkring. De rode vegen worden veroorzaakt door zandstormen die de rotsachtige ondergrond blootleggen."
Eddie keek geïnteresseerd toe, maar Alfa zei dat Vendex veel interessanter was en zette het scherm af. "Over drie minuten vertrekken we naar de Magariwoestijn." Vier minuten later zat Eddie te bekomen van zijn dematerialisatiekater, terwijl Alfa probeerde de plaatselijke radiozender te vinden om naar de nieuwsberichten te luisteren. "Hee, ik geloof dat ik iets hoor dat de moeite waard is. Luister!"
Een Vendexaanse stem sprak: "... is hier Nancy Venédan binnen komen vallen. Een paar vragen Nancy? Er gaan geruchten dat jij, veertien dagen na het uiteenvallen van de veelbesproken rockgroep, van plan bent een nieuwe op te richten. Kun je ons daar over vertellen?" "Zeker. Het is allemaal gelul. Ik ga geen nieuwe groep oprichten, en ik wil van de gelegenheid gebruik maken om alle geruchten over mij tegen te spreken." "Zo. Wil je ons dan vertellen wat je wel gaat doen?" "Ik zal het je vertellen, maar je mag het tegen niemand zeggen. Beloof je dat?" "Eh... natuurlijk Nancy." "Ik wacht op de voltooiing van de tweede fotonmaterietransmittor. Zogauw die afgeleverd is steel ik hem en ga ik Alfa zoeken. Ik begin het hier ook beu te worden." "Meen je dat nou?" "Nou en of. De groeten aan de luisteraars!"
Alfa zette de radio af. "Dus Nancy is in Magar" mompelde hij. "Dan zullen we maar eens wat rond gaan kijken daar."
"Hoe lang is het geleden dat je hier vertrok?" vroeg Eddie. "Ik hoorde net iets van veertien dagen, maar..."
"Ja, in Vendexaanse tijd is het veertien dagen. Maar een dag op Vendex duurt drieëneenhalve Aarddag als ik het wel heb."
"Aha. Op welk uur van de dag leven we nu?"
"Het is ochtend. De zon is al tien minuten op. Alfa Centauri, zouden jullie zeggen." Hij schakelde het scherm in om naar buiten te kijken. De F.M. 2 I stond in een woestijnachtige vlakte. Zover het oog reikte was zand. "Daarginds loopt de weg naar Magar. We moeten vijf kilometer door het zand, en dan vijfentwintig over de weg naar Magar."
"Hoe? Lopend?" "Ik heb een bouwpakket van een electrische buggy aan boord. Kom, dan kun je helpen hem in elkaar te zetten." Ze gingen de controleruimte uit, de gang door en de derde deur rechts. "Opslagruimte" zeiden lichtende letters. "Die twee kisten moeten eruit" zei Alfa. Ze droegen de kisten één voor één naar buiten en begonnen de buggy in elkaar te zetten. Alfa wist gelukkig hoe het moest, en twintig minuten later stond het voertuig naast het ruimteschip in het zand.
Ze reden kalm door de stralen van Alfa Centauri. Nu en dan werden heuveltjes met groot gemak genomen. Het was nauwelijks een half uur dag, maar toch al heet. Gelukkig hadden ze enige flessen drank meegenomen. De weg was verder dan verwacht.
"Is het hier overal zo warm" vroeg Eddie, het zweet van zijn gezicht vegend. "Nee, in de steden is het koeler. Maar dit is een woestijn, zie je." "Is dat daar een weg, of lijkt dat maar zo?"
"Dat is de weg ja. Ik denk dat we er schuin naartoe gereden zijn, want we hadden hem veel eerder moeten zien."
Ze bereikten de weg. Hier kon de buggy veel harder rijden. "Nu zijn we binnen tien minuten in Magar. Dat is een kleine stad. Er wonen niet veel mensen omdat het in de woestijn zo heet is."
Magar bleek te bestaan uit enkele honderden hypermoderne gebouwen, die op Aarde zouden zijn aangezien voor Moderne Kunst. Over de straten bewogen zich maar weinig voertuigen. Alfa had zijn zonnebril opgezet om herkenning te voorkomen, en stopte op een parkeerterrein. Uit het gebouw ernaast klonk muziek. "Dit is een bar. We gaan even naar binnen. Jij kunt beter niet teveel zeggen als er Vendexanen in de buurt zijn, want dan horen ze je accent."
Ze gingen door de zij-ingang naar binnen en namen de trap naar de eerste verdieping, omdat daar meer te beleven viel volgens Alfa. Er was geen lift, tot Eddie's verbazing. In de ruimte die ze binnengingen was het roodachtig verlicht, en de muziek stond hard. Een stuk of zes mannen en vrouwen waren aanwezig, en aan een van de muren hingen automaten. Alfa haalde twee glazen rum uit een automaat, gaf er een aan Eddie en ging aan een tafeltje in de hoek zitten. Eddie zag dat er veel afbeeldingen aan de wanden hingen. Op sommige stonden muzikanten met rare instrumenten. Op een aantal stond Alfa, al dan niet in gezelschap van de zangeres die hij op het videoscherm had gezien. "In de grotere steden zijn wel betere café's, maar dit is heel aardig voor een gat als Magar" zei Alfa. Op dat moment ging de deur open en kwam een langharig blond meisje met een enorme zonnebril op haar neus binnen. Ze liep naar een automaat en haalde er een groot glas groene vloeistof uit. Ze draaide zich om, zette het glas aan haar mond en bleef staan. Ze liet het glas weer zakken en liep recht op het tafeltje van Eddie en Alfa af. Eddie vroeg zich af wat ze kwam doen. Alfa zat whiskey uit een klein flesje bij zijn rum te mengen.
"Zozo. Ben je teruggekomen, Alfa?" Eddie zag nu dat het Alfa's nichtje Nancy was. Alfa keek op of hij door vijf verschillende gifslangen tegelijk gebeten werd, herkende zijn nichtje, en zei snel: "Neenee. Alsjeblieft niet zeg. Tenminste, niet voorgoed. Ik laat hem hier even de stad zien. Hij komt van de Aarde."
"Dom van je om terug te komen. Als de politie je ziet ben je erbij" zei Nancy. Ze ging zitten. "Kom jij echt van de Aarde?"
"Eh, ja, inderdaad" antwoordde Eddie. "Ik heb vakantie, dus ik dacht bij mezelf: kom, ik zal eens naar Vendex gaan."
Alfa kuchte. "Ik hoorde je vanmorgen op de radio. Meende je dat, dat je hier ook weg wilt?" "Jazeker, en je kunt er op rekenen dat ik met jou ruimteschip meega. Heb je tien minuten geleden dat nieuwsbericht gehoord over je schip?"
"Nee. Hoezo?"
Nancy werd ernstig. "Het ruimtevaartcentrum heeft vanmorgen laten weten dat er in de computer van dat gestolen schip supergeheime informatie zit, die nergens anders aanwezig is. Je moet hier zo snel mogelijk vandaan."
"Wat voor informatie?"
Nancy boog zich voorover. "De coördinaten van de planeet Zulu."
"Wat hebben we daar aan?" vroeg Alfa teleurgesteld.
"Zoals je weet is onze oudoom Giring een half jaar geleden gestorven. Wel, in een gedeelte van zijn testament, dat zoekgeraakt was en gisteren teruggevonden, staat dat hij een groot deel van zijn erfenis, te weten dat gedeelte dat uit juwelen en voorwerpen van interplanetaire waarde bestaat, tijdens een van zijn vele reizen verstopt heeft op de planeet Zulu."
"Waar is die planeet?" vroeg Alfa gretig. "Wij zijn de enige familileden van Giring Venédan, dus die erfenis is voor ons."
"Wacht even. Dat testament is openbaar gemaakt. Er staat in dat hij de enige is die ooit op Zulu is geweest, en dat de coördinaten alleen aan hem bekend waren. Niemand weet dus waar die planeet is. Maar Giring heeft een geintje bedacht. Hij heeft de coördinaten van die plek in de boordcomputer van de F.M. 2 I gestopt, onder een geheim serienummer, en de eerste die ze eruit weet te halen mag de erfenis hebben."
"Dus... die erfenis wordt toch van ons. En we kunnen ermee gaan leven op welke planeet we maar willen, als de waarde van dat spul interplanetair is."
Nancy's gezicht betrok. "Als we achter het serienummer kunnen komen."
"Maar... de informatie in een databank zit toch onder trefwoorden, en niet alleen onder nummers?"
"Jawel, maar deze computer heeft behalve het conventionele systeem ook een systeem voor geheime informatie, dat met achtcijferige serienummers werkt. Als je het nummer niet weet krijg je de informatie er niet uit."
"Daar heb ik nog nooit van gehoord."
"Het is een uitvinding van Giring. Speciaal voor zijn erfenis."
"Nou ja," zei Alfa, "het is nog niet hopeloos. Een kans van een op een miljard..."
"Het zal wel hopeloos worden als je hem niet gauw smeert. De politie is in de buurt, en jouw gezicht kent iedereen. Waar is de F.M. 2 I?"
Alfa stond op. "Dertig kilometer hiervandaan. Ik ben met de buggy van het ruimteschip. Het staat in de woestijn, onzichtbaar vanaf de weg."
Eddie had met groeiende belangstelling het gesprek aan zitten horen, en bedacht dat het nog een leuke puzzel kon worden de coördinaten uit de computer te krijgen.
"Ik geloof dat jullie nog niet aan elkaar voorgesteld zijn" merkte Alfa rijkelijk laat op. "Nancy, dit is mijn Aardse vriend Eddie Zeezicht, toekomstig rockgitarist. En Eddie, dit is mijn nichtje en voormalige zangeres Nancy Venédan."
"Dat dacht ik al" zei Eddie. "Aangenaam kennis te maken." Nancy stond van de een naar de ander te kijken. "Gaan we nou nog? Als het de heren belieft, tenminste."
Ze liepen naar de uitgang, Alfa voorop. Buiten stond een politiebuggy naast de hunne. "Daar heb je het al" riep Nancy uit. "Die hebben natuurlijk aan het nummerbord gezien dat hij bij het ruimteschip hoort, en zijn nu binnen aan het rondneuzen."
"Des te beter" vond Alfa. "Dan zijn we net op tijd."
Nancy en Alfa stapten in. Eddie aarzelde. De motor sloeg aan en zoemde hard. "Kom je nog?" schreeuwde Alfa. Eddie klom snel naar binnen, en meteen begon Alfa te keren. "Halt! Stop! Dat is overheidseigendom!" Twee mannen in uniform kwamen het gebouw uit gerend. "Mijn neus" bromde Alfa, en draaide met gierende banden de weg op. De politiebuggy werd gestart en zette de achtervolging in. "Ze komen achter ons aan" zei Nancy. Ze draaide zich om op haar stoel om te zien hoe het ervoor stond. "Sneller. Ze komen dichterbij." "Ik doe wat ik kan, maar dit ding gaat niet harder". Alfa scheurde een S-bocht door.
Eddie moest denken aan het woeste autoritje dat hij eerder met Alfa had gemaakt. Hij voelde zijn mes in zijn hand. Op topsnelheid stormden ze op een kruispunt af, op honderd meter gevolgd door de snellere politiebuggy. "Hou je vast. Ik ga linksaf daar" schreeuwde Alfa. Het was geen overbodige waarschuwing, want hij draaide midden op het kruispunt met geblokkeerde wielen negentig graden naar links, en raasde de brede weg op die de stad verliet in de richting van Gesínka. Dit was een lange rechte weg, en de politieagenten wreven zich in de handen omdat ze sneller waren.
Nancy zat achterom te kijken: "Ze halen ons in; nee wacht, er is iets aan de hand. Ze gaan scheef. Ze slingeren. Oei, ze hebben een kapotte band. Ze gaan dwars. Haha, ze gaan over de kop." Achter hun tolde het politievoertuig om zijn as en kwam tot stilstand tegen een openbaar toilet aan de rand van de stad. Alfa zag het in zijn spiegel en juichte. Hij minderde vaart. Eddie stak tevreden zijn mes terug in zijn leren jas. Nancy zag het. "Heb jij... met dat mes..."
"Hun achterband doorgesneden" knikte Eddie.
Alfa begon te lachen en raakte bijna van de weg af. "Fantastisch!" Nancy viel Eddie zowat om de hals. "Zijn alle Aardbewoners zo bijdehand?" "Alleen de rockgitaristen" grapte Eddie.
Nancy wendde zich tot Alfa. "Hoever nog?"
"Zometeen schuin naar links, en dan een kilometer of zeven door het zand. Over een kwartier zijn we er."
Doordat hun bandensporen nog zichtbaar waren kon Alfa de weg gemakkelijk vinden. Ze lieten de buggy buiten staan om tijd te sparen; de politie zou hen vanuit de lucht kunnen opsporen als ze niet snel vertrokken. In de controleruimte schonk Alfa drie glazen vol met zijn speciale drank, terwijl Nancy nieuwsgierig rondkeek en Eddie neerplofte in een stoel.
Aan de rand van Magar, in een openbaar toilet, werd een agent van de Magaraanse politie langzaam wakker met een stuitende geur in zijn neus. Hij opende zijn ogen, zag dat hij met zijn hoofd over een WC hing, en stond vol afgrijzen op.
De F.M. 2 I was gematerialiseerd in een baan rond de planeet Klima, en de drie ruimtevaarders zaten hun dematerialisatiekaters te verdrinken. "Hier zijn we veilig voor de politie" dacht Alfa. "Hoe werkt dat nou met die serienummers, Nancy?"
Ze stond moeizaam op en liep naar het instrumentenpaneel. "Dit is de computerterminal. De zwarte knopjes zijn van het supergeheime geheugen. Je moet eerst het achtcijferige nummer intoetsen, en dan het trefwoord, in ons geval Zulu."
"Probeer nummer één eens" opperde Alfa. "Misschien heeft 'ie het voor de grap helemaal vooraan gezet."
"Dat weten we zo." Nancy drukte 00000001 in, en toen het woord Zulu. Op de monitor verschenen rode lettertjes. Een vrouwenstem zei "Trefwoord niet aanwezig".
Alfa was niet uit het veld geslagen. "Als hij die coördinaten onder een willekeurig nummer heeft gezet hebben we een kans van één op een miljard ze te vinden. Maar dat wil er bij mij niet in."
"Hoe bedoel je?"
"Giring was een ongelooflijke lolbroek. Hij zou nooit zomaar een nummer kiezen. Het moet iets voor de hand liggends zijn, zoals..." Eddie begreep het: "Zijn telefoonnummer, zijn geboortedatum of zo."
"Aha." Nancy sprong op. Ze pakte een opschrijfboekje. "Noem eens wat van die dingen, dan probeer ik ze. Alleen achtcijferige getallen." Alfa begon uit zijn hoofd het telefoonnnummer, de geboortedatum en andere gegevens in verband met zijn oudoom te spuien. Sommige ervan hadden acht cijfers. Nancy toetste ze één voor één in.
Een kwartier later hadden ze al het denkbare geprobeerd, maar zonder resultaat. "Heeft die oudoom eigenlijk iets aan jullie nagelaten" vroeg Eddie. "Niet veel" zei Alfa somber. "Hij moet erg rijk geweest zijn, maar ik geloof dat hij het meeste aan de wetenschap geschonken heeft. Behalve dan die erfenis waar wij achteraan jagen. Heb jij die kopie van zijn testament nog, Nancy?"
"Ja, die heb ik bij me. Na de bekendmaking over dit ruimteschip kreeg ik zin het nog eens na te lezen."
"Zou daar niet iets in staan over het serienummer? Tussen de regels, bedoel ik? Mag ik het eens zien?" vroeg Eddie. Nancy gaf de kopie aan Eddie. "Ik geloof niet dat je daar wijzer van wordt, maar ga je gang." Eddie staarde even naar de tekst en was er uit. "Wat valt er te lachen?" informeerde Alfa. "Moet je horen" begon Eddie. "Het ligt er duimendik bovenop." Hij las voor, bepaalde woorden benadrukkend: "Als er één is die mijn hoogáchting verdient, is het wel mijn gevíerde neef Kesing 'Alfa' Venédan. Ik heb groot respect voor de manier waarop hij er samen met mijn achternicht Nancy in slaagde binnen dríe maanden de absolute nummer één te worden op Vendex. Daarom laat ik hem mijn zéven millimeter laserboortje na, evenals een door mij ontworpen dríepersoons dragster met fotonenaandrijving, en het manuscript van mijn zésdelige bestseller over de planeet Aarde."
"Dat ik dat nooit eerder gemerkt heb" riep Nancy verbaasd uit.
Alfa had het getal genoteerd. Hij liep naar de terminal en toetste 18431736 in. "Nu het trefwoord nog" fluisterde Nancy. Alfa typte "Zulu". Op de monitor verscheen een ingewikkelde reeks letters en cijfers, die ook voorgelezen werd door de computerstem.
"De coördinaten" juichte Alfa. "Zelfs de plaats op de planeet is aangegeven." Toen de vreugdekreten verstomd waren vroeg Eddie "Kunnen we nu rechtstreeks hiervandaan op die plek op Zulu materialiseren?"
"In principe wel ja" antwoordde Alfa. "Maar het is beter eerst in een baan om Zulu te gaan om te kijken hoe de omstandigheden er zijn. Ik veronderstel dat jij er geen bezwaar tegen hebt mee te gaan?"
"Bezwaar? Zoiets heb ik altijd al willen doen! Hoever is die planeet eigenlijk weg?"
Nancy, die de coördinaten had zitten bestuderen, keek op: "Zo'n veertigduizend lichtjaar. Dat is een ochtendwandelingetje voor een schip als dit."
Alfa ging achter het instrumentenpaneel zitten. "Als jullie het goed vinden vertrekken we meteen jongens." De anderen gingen zitten. "Ik verga wel van de honger, maar hoe eerder die materietransmissie achter de rug is, hoe beter" zei Nancy.
"We eten op Zulu wel. Hou je vast!"
Ogenblikken later zag Nancy zich weer materialiseren. "Wat een afschuwelijk gevoel is dit! Als je honger hebt is het nog erger!"
"Weet ik" grijnsde Alfa. "Over tien minuten eten we. Maar eerst wil ik zien wat voor planeet het is." Hij schakelde het scherm in en liep naar de terminal. Een veelkleurige planeet werd zichtbaar. Groenbruine landmassa's lagen in blauwe zeeën. Op de polen zaten witten ijskappen. De computer begon te spreken: "De planeet waar we omheen cirkelen is genaamd Zulu en werd ontdekt door Giring Venédan. De atmosfeer is wat samenstelling, luchtdruk en temperatuur betreft geschikt voor menselijk leven, wat er echter niet voorkomt. Het leven op de planeet bestaat uit planten en reptielen, welke laatste vijandig kunnen zijn."
"Dat weten we ook weer" zei Nancy. "Vijandige reptielen. Mischien zijn er dinosaurussen!"
"Dat merken we dan wel. In ieder geval is Giring er levend vandaan gekomen, en bovendien zal hij voor zijn erfenis wel een veilige plaats hebben uitgezocht."
Nancy ging in de keuken rondneuzen en kort daarna zaten ze te eten.
Een groot groen beest met korte dikke poten en en een lange nek kwam uit het oerwoud en stapte de rotsbodem op om zich te warmen in de zon. Het keek loom naar de steile wand verderop en vroeg zich af wat er achter zou zijn. "Jammer dat ik zo lui ben" dacht het. "Anders zou ik er naartoe kunnen lopen." Op dat moment verscheen een geelbruin beest uit het niets voor de rotswand. Het groene beest schrok zicht te pletter, vergat dat het zo lui was en ging in galop terug het veilige oerwoud in. Kort daarna werd het opgefroten door een roodbruin beest met een vierkante kop en tanden waartussen stukken rauw vlees van de vorige maaltijd nog op weerzinwekkende wijze klem zaten. Wat maar weer bewijst dat het begrip "veilig" zeer, zéér relatief is.
Het geelbruine beest stond zich te koesteren in de stralen van de Zuluaanse zon. In zijn buik hingen Eddie en Nancy in gemakkelijke stoelen met een glas in hun hand. Uit gaatjes in de wanden kwam Aardse muziek. Alfa zat het scherm te manipuleren om een beeld van de omgeving te krijgen.
"We staan op een vlakte, bezaaid met grote en kleine rotsblokken. Twintig meter van ons af is een steile wand. Tweehonderd meter de andere kant op begint een soort oerwoud. Op die wand staan witte letters, van hieraf niet leesbaar."
"Dan wordt het tijd dat je er eens naartoe loopt om ze te lezen" vond Nancy.
"Ik stel voor dat we alledrie naar buiten gaan. Het is waarschijnlijk een aanwijzing van Giring." Nancy en Eddie stonden op. Ze liepen door de luchtsluis en openden de deur. De warmte van Zulu kwam tegemoet. Ze wandelden naar de rotswand.
"Wat een vochtige lucht hangt hier" merkte Nancy op.
"Ja" zei Eddie onheilspellend. "Warm en vochtig. Typisch een atmosfeer voor dinosaurussen." Nancy giechelde. "Als je me soms bang wilde maken is dat niet gelukt. Er is nog geen schoothondje te bekennen."
"Nee, die zijn natuurlijk veel te bang voor de dinosaurussen!"
Alfa had de wand bereikt en bekeek de letters. "Dit is inderdaad door Giring geschreven" zei hij. "Lees maar."
De tekst was kennelijk met een spuitbus aangebracht. "Hallo, geachte vrienden. Ik hoop dat jullie zaklampen hebben, want die zullen nodig zijn als je mijn erfenis gaat zoeken. Al was het maar om de dinosauriërs te verjagen, haha. Honderd meter naar links is een spleet die toegang geeft tot een grottenstelsel. Ik ben bang dat jullie het verder zelf uit moeten zoeken daarbinnen. Als je iets vindt wens ik je veel plezier. Als je niets vindt, bedenk dan dat rijdom alles betekent voor wie het niet heeft, maar niets voor wie het wel heeft.
Giring Venédan"
"Zei je wel, er zijn dinosaurussen" zei Eddie tevreden.
"Ach, Giring maakte gewoon een grapje" zei Nancy snel. "Je zult zien dat we geen kip aantreffen in die grot. En vertel me nou niet dat dat komt doordat ze te bang zijn voor de dinosaurussen."
"Hm. Je hebt waarschijnlijk gelijk" gaf Eddie toe. "Hoewel ik blijf vinden dat hier een raar dinosaurusgeurtje hangt." Hij snoof.
"Beledig mijn aftershave niet, alsjeblieft" grinnikte Alfa. "Ik ga een paar lampen halen, en dan zullen we eens in die grot kijken."
Even later stonden ze voor de spleet in de wand. Die was gemakkelijk te vinden, want de randen waren wit gespoten. "Veel succes" zeiden letters.
"Wat is het donker daarbinnen" zei Nancy. Alfa knipte een lamp aan. "Geen dinosaurus te zien. Zullen we dan maar?" Ze liepen de grot binnen. Het was er een stuk koeler dan buiten. Het plafond was zo hoog dat het niet te zien was. Een brede gang leidde dieper de grot in. Van een erfenis geen spoor. Alfa liep voorop, met zijn lamp op de wanden schijnend.
"Wat is het stil hier" constateerde Nancy.
"Ja, wat dacht je? Dat ze een fanfare afgehuurd hadden om ons te ontvangen? Er is hier gewoon niets en niemand."
"De dinosaurussen slapen natuurlijk" dacht Eddie hardop. "Ze vinden het buiten veel te heet om deze tijd."
De gang splitste zich. "Wat nu?" vroeg Nancy.
"Als we verstandig zijn blijven we bij elkaar..." begon Alfa.
"Maar jij bent zelden verstandig," viel zijn nichtje in de rede, "dus..."
"Dus ga ik alleen rechtsaf en jij en Eddie linksaf. Als je niks vindt kom je terug naar deze splitsing. Wie het eerst terug is wacht op de rest."
Niemand bracht daar iets tegenin, en even later liepen Nancy en Eddie speurend door de linkergang.
Alfa wandelde door de rechtergang. Hij onderzocht alle nissen in de wanden maar vond niets. De gang werd steeds smaller. Toen zag hij witte letters opdoemen. "Je zit op de verkeerde weg. Keer om zolang het nog kan."
Hij besloot verder te gaan. De gang maakte een bocht en liep dood op een poel met smerige vloeistof. Alfa zag hem op tijd, ontdekte dat hij niet verder kon en keerde om. Na enkele minuten was hij terug op de splitsing. Hij vond een rotsblok, onderzocht het op ongedierte en ging zitten. Op zeker moment hoorde hij een geluid. Eerst dacht hij aan een dier, maar toen herkende hij de voetstappen van een mens. Ze kwamen van de ingang van de grot zijn kant op. Er werd nu ook een lichtschijnsel zichtbaar. "Daar komt nog een erfenisjager aan" dacht Alfa, en hij deed zijn lamp uit. Het licht werd sterker. Het was alsof de naderende persoon heel behoedzaam liep. Alfa trok zich terug in een nis en wachtte af.
Naarmate ze dieper de grot in kwamen werd de gang smaller. Af en toe zagen ze teksten als "Geef de moed niet op" en "Volhard in wat u denkt dat het goede is". Er waren veel zijgangetjes die na een paar meter doodliepen. Eddie doorzocht ze allemaal. Opeens bleef Nancy stilstaan. "Hee, wat was dat?" Eddie keek haar aan. "Ik hoorde een geluid" zei ze aarzelend. "Ik niet" zei Eddie. "Misschien een vallende steen of zo." Ze liepen verder. Nancy zei niet veel meer. "Je bent toch niet bang voor dinosaurussen hè" grinnikte Eddie. "Die zitten meestal niet in grotten."
"Welnee, hoe kom je erbij. Zou deze gang nog ver doorlopen?"
"Hij kan niet veel verder gaan als hij zo doorgaat met smaller worden" zei Eddie.
"Hoe zou die erfenis er uitzien denk je?"
"Weet ik veel. Een koffer of zo."
Ze passeerden weer een diepzinnige tekst van Giring: "Wie zoekt zal vinden, maar wie vindt zal blijven zoeken."
"Die oudoom van jou was zeker filosoof in zijn vrije tijd" merkte Eddie op. Veertig meter verder lazen ze: "De moeilijkste weg is vaak de beste; als je snel in het hiernamaals wilt komen tenminste."
"Ik vraag me af of dat op ons slaat" mompelde Eddie. Even later zagen ze een onderaards riviertje dat hun pad kruiste. Er hing een rare geur boven. Ze stonden stil.
"Volgens mij is dit geen gewoon water" dacht Nancy.
"Nee" vond ook Eddie. "We kunnen er overheen springen, het is maar een meter of anderhalf, twee."
"Hm. Wie eerst?"
"Ik. Schijn jij met je lamp op de overkant, dan zie ik waar ik neerkom."
"Okay."
Eddie nam een aanloop en sprong. "Nou jij. Ik schijn wel op de grond hier."
Nancy liep op haar tenen aan en sprong. Ze haalde het net. Of eigenlijk net niet. De oever was glibberig waar ze neerkwam, en toen ze wilde doorlopen schoof ze achteruit terug naar het water. "Help!" Eddie had het gezien en greep haar vast. "Oef. Ik viel er bijna in."
"Je lamp heeft minder geluk gehad" constateerde Eddie. "Kijk."
Nancy's lamp was in het riviertje gevallen. Het borrelde nu op die plaats, er er steeg een groene damp op. "Het is inderdaad geen gewoon water." Nancy zei niets.
Ze liepen voorzichtig verder. De gang was nu twee tot drie meter breed en vier meter hoog. In het licht van Eddie's lamp doemde aan de rechterkant een zijgang op. Ernaast stond in witte letters: "Onderzoek alles en behoud het goede." Ze keken elkaar aan en liepen een stukje naar binnen.
Het plafond was hier lager, hooguit een meter of drie. De vochtige wanden schitterden in het lamplicht. De bodem liep schuin af. Hun stemmen werden gedempt.
"Wat een griezelig hol is dit" fluisterde Nancy.
"Ja. Als je niet beter wist zou je zeggen: een dinosaurushol."
"Praat geen onzin. Dinosaurussen zijn enorm groot en leven aan de rand van meren en zo. Behalve de vleesetende soorten, geloof ik..."
Behoedzaam gingen ze door. Het gangetje maakte een bocht naar links en liep dood. "Geen dinosaurus te bekennen" zei Eddie opgewekt. "En geen erfenis ook, zo te zien." Hij draaide zich om naar Nancy en wilde er nog aan toe voegen dat vleesetende dinosaurussen soms niet groter dan een mens waren, toen er opeens een zacht geschuifel klonk. Het kwam snel dichterbij.
"Er... er komt iets aan" fluisterde Nancy bezorgd. Ze keken naar de bocht in het gangetje. Een roodbruin wezen kwam de hoek om. Het was nauwelijks groter dan een mens en liep op zeer gespierde achterpoten. De voorpootjes waren grappig klein. De gespierde staart sleepte over de grond. De glimmende kop was groot en vierkant en de bek hing half open, zodat een dubbele rij vlijmscherpe tanden te zien was. Stukken rauw vlees zaten op weerzinwekkende wijze klem in het gebit. De ogen waren groot en puilden enigszins uit. Al met al leek het een schaalmodel van de Tyrannosaurus Rex.
Het beest stond stil en keek in het licht van Eddie's zaklamp. De kop schudde langzaam heen en weer, alsof het monster zijn hersens wou dwingen na te denken. Na enkele seconden besefte de minityrannosaurus dat hij geen gevaar te duchten had, al waren de indringers gewapend met een verblindende straal. Hij besloot er een mooie show van te maken en stootte wat rochelende klanken uit, die mooi luguber weerkaatsten tussen de vochtige wanden. Het dier begon naar voren te schuifelen. Eddie en Nancy stonden als verstijfd. De rollende ogen verrieden dat het beest genoeg honger had om beiden te verslinden. Een stinkende adem beroerde Nancy's gezicht. Ze kokhalsde. Plotseling herinnerde Eddie zich zijn mes. Hij greep het, berekende waar het hart van het monster moest zitten en deed een uitval. Met al zijn kracht stootte hij het lemmet in de buik van het beest en deed een paar stappen terug. Rauw gebrul steeg op uit de keel van de dinosaurus. De ogen rolden bloeddorstig en hij kwam met vernieuwd enthousiasme op zijn prooi af.
"Het heeft hem alleen maar kwader gemaakt" observeerde Eddie hardop. Hij zag zijn carrière als rockgitarist somber in. De roodbruine bek hing wijd open, gereed toe te happen.